alert!arrow-leftarrow-rightbulletcheckclipboardStroke 1dropdownfacebookGroupgluegoogle-plusCombined ShapeCombined Shapehospitalizationicon infoiinstagramFill 1looking-glassShapeopenphoneStroke 1selectselect-arrowsShapesocial-linkedinspeech-bubbleFill 1twitterShapeyoutube

Zorginfecties

Zorginfecties zijn infecties die een patiënt oploopt tijdens het verzorgingsproces. Hoewel niet alle zorginfecties te voorkomen zijn, kan een belangrijk deel ervan worden vermeden dankzij aangepaste maatregelen. 

Bij infectiepreventie gaat het in de eerste plaats om een correcte en systematische toepassing van standaard voorzorgsmaatregelen, waarbij handhygiëne cruciaal is.

Anderzijds zetten we ook in op een strikt isolatiebeleid. Als patiënten een mogelijke drager zijn van bepaalde resistente kiemen, worden de nodige stalen afgenomen en wordt de patiënt zo nodig in isolatie verzorgd. Isolatiemaatregelen zijn maatregelen die bovenop de standaard voorzorgsmaatregelen worden genomen. Zo zal de zorgverlener soms een schort, masker en handschoenen moeten dragen bij de verzorging van een patiënt en dient de deur van de kamer gesloten te blijven. De patiënt en familie worden hierover uiteraard goed geïnformeerd. Zodra mogelijk worden deze extra maatregelen stopgezet.

Voornaamste ziekenhuiskiemen

MRSA

Stafylokokken zijn bacteriën die bij heel wat mensen ongemerkt aanwezig zijn in de neus of op de huid. MRSA (methicilline resistente Staphylococcus aureus) is een variant van de stafylokok die ongevoelig is geworden voor de werking van de meeste antibiotica. Deze variant is op zich niet gevaarlijker dan andere stafylokokken, maar veroorzaakt infecties die we vaak met duurdere en meer schadelijke antibiotica moeten behandelen. 

Wanneer u als gezonde persoon in aanraking komt met deze bacterie en ‘drager’ wordt, zal dit slechts in uitzonderlijke gevallen aanleiding geven tot ziekte. Verzwakte en zieke mensen kunnen door de bacterie wel ziek worden en dus een infectie ontwikkelen.

Daarom is het nodig dat we in het ziekenhuis maatregelen nemen om de verspreiding van MRSA te beperken.

Clostridium difficile

Clostridium difficile is een verwekker van diarree. Deze infectie treedt vooral op na een langdurig gebruik van antibiotica. Daar deze bacterie hardnekkig aanleiding kan geven tot snelle verspreiding en epidemieën, voeren we een strikt isolatiebeleid bij patiënten die diarree vertonen door deze ziektekiem.

Multiresistente ziektekiemen

Er zijn kiemen (CPE, ESBL, VRE) die bepaalde mechanismen ontwikkelden, zodat ze niet meer gevoelig zijn aan heel wat beschikbare antibiotica. Om overdracht en opmars van deze moeilijk te behandelen kiemen te vermijden, wordt ook hier een strikt isolatiebeleid toegepast.

NORO-virus

Het Norovirus is een zeer besmettelijk virus dat zorgt voor opkomende misselijkheid, braken en diarree. Klachten beginnen tussen 15 en 48 uur nadat iemand het virus binnenkrijgt. Het braken is vaak heftig, en kan heel plotseling optreden. Ook koorts, hoofdpijn, buikpijn en buikkramp komen voor. De verschijnselen gaan in de meeste gevallen vanzelf over na 1 tot 4 dagen. Bij jonge kinderen en mensen met een verzwakt afweersysteem kunnen de klachten langer duren. Over het algemeen is een norovirus infectie wel erg vervelend, maar niet gevaarlijk. 

Influenza

Beter gekend als griep. Vaccinatie kan helpen tegen griep en we raden daarom aan om, indien u tot een risicogroep behoort, u jaarlijks te laten vaccineren. U kunt hiervoor terecht bij uw huisarts.