!i

Zorgprogramma hartrevalidatie

We spreken hier over het geheel van activiteiten, noodzakelijk, om de hartpatiënt zo snel mogelijk te laten genieten van de beste fysische, psychische en sociale facetten van het leven (WHO 1994-1992).

Vroeger bestond de revalidatiebehandeling van hartpatiënten uit rust. Heden is er voldoende evidentie dat sedentaire levensstijl (gebrek aan lichamelijke inspanning) het risico op hartlijden verdubbelt.
Recente studies tonen aan dat een actievere levensstijl, het risico op hartlijden kan doen verminderen.
Multidisciplinaire cardiale revalidatie en fysische oefening verminderen het verhoogde niveau van angstbeleving, verbeteren de levenskwaliteit en zijn geassocieerd met minder klinische complicaties en een verminderende behoefte aan gezondheidsinterventies. Tevens heeft fysische training een gunstig effect op werkhervatting.

Het revalidatieteam

Deze bestaat uit een arts-cardioloog met erkenning cardiale revalidatie, een kinesitherapeut met bijzondere bekwaming in de cardiale revalidatie, een sociaal assistent, een diëtist en een psycholoog

Komen in aanmerking voor revalidatie

Patiënten met een acute, welomschreven cardiale aandoening. ( KB 1995). 

Het revalidatieprogramma 

Het programma bestaat uit 3 fasen en elke fase heeft een multidisciplinair karakter.

Hospitalisatiefase: in het ziekenhuis, wordt naast de nodige medische en verpleegkundige zorgen, vroegtijdig  gestart met de revalidatie. Aandacht wordt besteed aan beweging, dieet alsook aan de  psychosociale aspecten.

Ambulante fase: het inschakelen van de patiënt in de ambulante cardiale revalidatie gebeurt na advies van de cardioloog en het team. Deze fase start 2 à 6 weken na ontslag uit het ziekenhuis.
Het is een periode van fysische training waarbij het reconditionneringsprogramma in belangrijke mate de inspanningscapaciteit van de patiënt verhoogt en dit o.l.v. een gespecialiseerde kinesitherapeut.

Onderhoudsfase: om de gunstige fysische en psychosociale effecten van het reconditonneringsprogramma te behouden is onderhoudstraining aanbevolen. Het is een ondersteuning in het verder zetten van de secundaire preventie.