!i

Praten met een persoon met communicatieproblemen: een gedeelde verantwoordelijkheid

Hoe kan je het best praten met een patiënt met communicatieproblemen? Hieronder vind je enkele tips.

Communicatie Banner

Stel je voor...

  • Je bent intelligent maar je begrijpt niet wat er tegen je gezegd wordt.
  • Je weet wat je wilt zeggen maar je kan je gedachten niet onder woorden brengen
  • Je wordt niet meer verstaan.
  • Je hebt het gevoel dat iedereen denkt dat je dom bent.
  • Er wordt over je heen gepraat.
  • Complexere zaken worden niet meer met jou besproken: over je gezondheid, je situatie, over hoe je je voelt.

  • Het communicatieprobleem kan ook een effect hebben op het verlenen van zorg.  Als je bijvoorbeeld informatie wil van de patiënt, of als je iets wil weten over zijn gevoel, kunnen verschillende problemen opduiken. Er is bijvoorbeeld niemand anders aanwezig, of de personen die wel aanwezig zijn weten het antwoord niet.

Net als iedere andere persoon geeft een patiënt met een communicatiestoornis er de voorkeur aan om zelf de informatie te geven.

Tips en oplossingen

Het bevestigen van competentie kan een belangrijke schakel zijn:
  • Gebruik een natuurlijke stem en spreektoonhoogte.
  • Kies volwassen of complexe gespreksonderwerpen.
  • Zeg: “ik weet dat je het weet” op gepaste momenten.
  • Wijt communicatiemoeilijkheden aan jouw beperkingen als communicatiepartner, “Je weet dat ik niet goed ben in het duidelijk uitleggen van zo’n zaken!”
  • Ondanks al je inspanningen zal de communicatie soms vastlopen. Laat de persoon merken dat je dit ook frustrerend vindt.
Deze strategieën zijn het proberen waard om de communicatie te ondersteunen:
  • Gebruik korte, eenvoudige zinnen en een expressieve stem.
  • Gebruik gebaren.
  • Schrijf sleutelwoorden of gespreksonderwerpen op. Bijvoorbeeld PIJN in grote, duidelijke letters.
  • Gebruik afbeeldingen om een idee te illustreren, focus op één prent/afbeelding tegelijkertijd.
  • Elimineer afleiders: geluiden, andere mensen, meerdere visuele materialen.
  • Observeer de mimiek, kijkrichting, lichaamshouding of gebaren om te evalueren of hij/zij de boodschap begrepen heeft.
  • Stel ja/nee-vragen.
  • Stel één vraag tegelijkertijd.
  • Stel meerkeuzevragen. Bijvoorbeeld “Wil je water of koffie?” Hoe wel rekening met de patiënt: kan hij keuzes aan? Hoeveel?
  • Stel ja/nee-vragen van algemeen naar meer specifiek.
  • Vraag hem/haar om een gebaar te maken, naar objecten of afbeeldingen te wijzen, sleutelwoorden te noteren…
  • Geef hem/haar voldoende tijd om te antwoorden.
  • Heb aandacht voor non-verbale communicatie. Bijvoorbeeld knikken of het hoofd schudden. Soms is dit een andere boodschap dan verbaal!

Handige hulpmiddelen

  • Een wit blad papier, om sleutelwoorden te noteren en functionele tekeningen te maken
  • Schrijfgerei
  • Tablet of smartphone. De app Spraak Assistent (Android) is een handig hulpmiddel
  • Communicatiekaarten: pictogrammen, letterkaarten

Vraag de logopedist in consult om na te gaan welke communicatiehulpmiddelen inzetbaar zijn.