!i

Taalstoornis: afasie

Afasie is een verworven taalstoornis die veroorzaakt wordt door een hersenletsel en waarbij het begrijpen en/of het uiten van gesproken en/of geschreven taal gestoord is.

De stoornis is verworven en dus niet aangeboren. Dat wil zeggen dat mensen met afasie vóór het hersenletsel geen problemen hadden met taal. Ze communiceerden vroeger zonder enig probleem.

Afasie is een taalstoornis en geen spraakstoornis of dementie. De articulatie van woorden en de algemene intelligentie zijn normaal. Dit geeft vaak aanleiding tot grote frustratie bij de getroffene.

De problemen ontstaan na een hersenletsel. Dit is meestal door een beroerte of hersenbloeding (CVA) maar je kan ook een afasie oplopen na een trauma (bv. verkeersongeval of zware val) of bij een hersentumor.

Een verwante aandoening is Primair Progressieve Afasie (PPA). Dit is een zeldzame neurodegeneratieve hersenaandoening. Deze taalstoornis ontstaat heel geleidelijk en verergert in de loop van de tijd. In tegenstelling tot een afasie ontstaan na een CVA, hersentumor …  is er geen verbetering mogelijk.

Taak van de logopedist

De logopedist voert een uitgebreid taalonderzoek uit om de mogelijkheden en beperkingen in kaart te brengen. Hierna kan therapie  op maat van patiënt en omgeving opgestart worden. Deze therapie richt zich zowel op de stoornissen als op de dagelijkse activiteiten en het participeren in de samenleving.

Verder informeert de logopedist patiënt en omgeving over de taalstoornissen en hun impact op het communiceren. Specifieke communicatietips worden gedeeld en er kan eventueel met een ondersteunend communicatiehulpmiddel gestart worden. 

De logopedist werkt in een multidisciplinair team nauw samen met de neuroloog, het verplegend team, de kinesist, de ergotherapeut, de psycholoog, de diëtist …

De “10 geboden” bij afasie

  1. Neem tijd en zorg voor een rustige omgeving.
  2. Spreek traag en in korte zinnen (één idee per zin), vermijd plots van onderwerp te veranderen.
  3. Laat tijd tussen twee boodschappen: info opnemen en verwerken vergt meer tijd.
  4. Benadruk of noteer trefwoorden.
  5. Gebruik gebaren/mimiek/lichamelijk contact, wijs veel aan en stimuleer de patiënt met afasie dit te doen.
  6. Stel ja/nee-vragen.
  7. Als je de indruk hebt niet tot een zinvol gesprek te komen, is de communicatie op zich toch belangrijk! Uw aanwezigheid is uiterst belangrijk om verdere isolatie te vermijden! Oogcontact maken laat toe te communiceren zonder dat er taal nodig is.
  8. Het is belangrijk om te luisteren naar de mensen, zelfs al begrijp je ze niet.
  9. Denk eraan dat wat hij/zij zegt niet steeds overeenkomt met wat hij/zij denkt.
  10. Vermijd het gesprek telkens over te nemen. Als het gepaste woord niet gevonden wordt, help dan door dit woord te geven, zodat hij/zij verder kan.

Nuttige info

Meer informatie over afasie en getuigenissen vindt u op de volgende websites: