!i

Echografie

Echografie (of ultrasonografie) is een techniek die gebruik maakt van geluidsgolven, die zich door het lichaam verplaatsen en op grensvlakken tussen zachte en hardere structuren reflecteren. Weerkaatste geluiden worden door het toestel omgezet in beeldinformatie. Deze techniek stelt de radioloog onder meer in staat om organen in beeld te brengen. Zo kan men zicht krijgen op de grootte, structuur en de eventuele afwijkingen er van.

Techniek

Het geluid dat voor medische echografie wordt gebruikt heeft een zo hoge frequentie dat het voor mensen niet hoorbaar is. Dit wordt ultrasoon geluid genoemd, afgekort met “ultrageluid” (vandaar ook de naam ultrasonografie). Dit ultrageluid wordt in het lichaam gebracht via een sonde (transducer), welke met een ‘contactgel' op de huid wordt verplaatst. 

De gel kan vlot verwijderd worden en maakt geen vlekken.

De in het lichaam gereflecteerde ultrageluidsgolven worden door dezelfde transducer (die beurtelings zendt en ontvangt) opgevangen en omgezet in een elektrische wisselspanning. De elektrische echosignalen worden door een speciaal computersysteem omgezet in beelden, die op een beeldscherm zichtbaar gemaakt worden (25 tot wel 150 beelden per seconde). Het onderzoek wordt uitgevoerd door de arts-radioloog die rechtstreeks de beelden bestudeert.

Met behulp van speciale echo-apparatuur kan ook de snelheid (en de richting) bepaald worden waarmee reflecterende deeltjes zich bewegen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het Doppler-effect. Vaak wordt dit onderzoek uitgevoerd in combinatie met de normale echografie, er wordt dan gesproken van duplex-onderzoek of echo-doppler-onderzoek . Dit onderzoek wordt bijvoorbeeld gebruikt om de ernst van vernauwingen in de bloedsomloop te beoordelen.