!i

Diagnose bij bloedziekten

Wanneer een patiënt een hematoloog bezoekt, is dat vaak vanwege specifieke klachten of symptomen, omdat in de familie erfelijke hematologische aandoeningen voorkomen, of omdat bij toeval tijdens een routine bloedonderzoek afwijkende bloedwaarden zijn waargenomen.

Een eerste raadpleging zal vaak bestaan uit een gesprek waarin de patiënt met de arts de voorgeschiedenis van de klachten en relevante omstandigheden bespreekt (de zogenaamde anamnese). Vaak komen daarbij de volgende onderwerpen aan de orde:

  • persoonlijke gegevens zoals leeftijd, gewicht en lengte, beroep, sociale contacten, herkomst 
  • eerder doorgemaakte (kinder)ziekten 
  • de ziektegeschiedenis van dichte familieleden zoals (groot)ouders, broers en zussen,...
  • een beschrijving van de klachten
  • het functioneren van de organen 
  • recent gemaakte verre reizen
  • voedingspatroon, verslavingen, allergieën,…

Op basis van de gegevens uit dit gesprek en eventueel een lichamelijk onderzoek zal de arts-hematoloog besluiten welk aanvullend onderzoek nodig is om de diagnose te stellen.

Onderzoeken

Bij de oppuntstelling van een hematologische aandoening kunnen onderstaande onderzoeken voorgesteld worden.

Uitgebreide bloedname

Medische beeldvorming

Gerichte biopsiename van een gezwollen lymfeklier onder lokale of algemene anesthesie

Beenmergonderzoek

Een beenmergpunctie gebeurt onder plaatselijke verdoving. Het onderzoek duurt 15 tot 30 minuten. Nadat de verdoving ingewerkt is, wordt met een fijne naald beenmerg opgezogen en/of een stukje botweefsel verwijderd. De bekomen stalen worden in het laboratorium onderzocht. Het aangebrachte verband moet drie dagen ter plaatse blijven. 

Ruggenprik